Mestonderzoek
Wormbestrijding bij paarden wordt steeds moeilijker vanwege de toenemende resistentie tegen wormmiddelen. In Nederland is resistentie aangetoond tegen alle beschikbare wormmiddelen. De wormen die de meeste problemen geven zijn de kleine strongyliden (kleine rode bloedworm) en de spoelworm.
Kleine strongyliden komen voor bij paarden van alle leeftijden maar zijn het meest gevaarlijk voor dieren in de leeftijd van 1 tot 3 jaar. Spoelwormen zijn vooral gevaarlijk voor veulens en jaarlingen, maar komen soms ook bij volwassen paarden voor.
Deze wormsoorten verschillen van elkaar in zowel levenscyclus als in mogelijkheden tot bestrijding. Het middel dat werkt tegen kleine strongyliden werkt niet tegen spoelwormen, en andersom. Dit heeft alles te maken met resistentie. Resistentie wordt veroorzaakt door te ontwormen wanneer het eigenlijk niet nodig is, door onderdosering, door te ontwormen op het verkeerde moment en door het gebruik van het verkeerde middel.
Om verdere ontwikkeling van resistentie zoveel mogelijk te vertragen is het van groot belang dat er zorgvuldig wordt omgegaan met het gebruiken van de beschikbare wormmiddelen. Mestonderzoek is hierbij de belangrijkste tool. Mestonderzoek laat je doen om inzicht te krijgen in de mate van wormbesmetting bij het paard (of ieder ander dier). Met een mengsel van een kleine hoeveelheid mest in een zout- of suikeroplossing kunnen we onder de microscoop kijken of en zo ja, hoeveel wormeieren er aanwezig zijn en van welke wormsoort deze afkomstig zijn. Middels een berekening wordt het EPG (eieren per gram) bepaald. De hoogte van het EPG bepaalt of het nodig is om het paard te ontwormen. Bij de afweging om wel of niet te ontwormen wordt ook gekeken naar zaken zoals leeftijd, besmettingsdruk en eventueel andere specifieke omstandigheden.
Heeft jouw paard wormen en is hij of zij daarvoor behandeld? Ook dan is het nuttig om mestonderzoek te doen. Door mestonderzoek te doen na het ontwormen, kun je zien of het wormmiddel goed heeft gewerkt, omdat je dan veel minder of geen wormeieren meer zou mogen vinden onder de microscoop dan tijdens het onderzoek voorafgaand aan de ontworming.
Mestonderzoek laat je bij voorkeur minimaal 3 keer per jaar uitvoeren: in het vroege voorjaar (maart), voor het paard de weide opgaat. Vervolgens een keer in de zomer (juni) en een keer in het najaar (oktober). Is je paard bekend met wormproblemen dan is vaker natuurlijk geen overbodige luxe om goed de vinger aan de pols te kunnen houden!
Mestonderzoek kan zowel van het individuele paard worden gedaan, als van een koppel paarden. Bij een koppel wordt er een mengmonster van maximaal 3-5 dieren gemaakt. Het is daarbij belangrijk dat het mestmonster zo vers mogelijk is.
Wil je mestonderzoek laten doen, dan kun je het mestmonster bij mij langsbrengen, of indien mogelijk kom ik het bij jou op stal ophalen als het op mijn route ligt. Je krijgt vooraf een formulier toegestuurd waarop je belangrijke informatie over jouw paard(en) en de (ont)wormgeschiedenis kunt invullen.
Vanaf voorjaar 2026 is het mogelijk voor grotere stallen om mestonderzoek op locatie te laten doen.
Blijkt uit het mestonderzoek dat jouw paard een wormkuur nodig heeft, dan kun je met de uitslag naar je dierenarts voor het juiste wormmiddel.
LET OP!
Is jouw paard ziek, heeft het last van diarree, (terugkerende) koliek, vermagering of andere klachten? Dan kan mestonderzoek zeker waardevol zijn in de zoektocht naar de oorzaak van de klachten, maar laat je paard dan altijd eerst onderzoeken door een (paarden)dierenarts.


